In onze hersenen zitten verschillende signaalstoffen (neurotransmitters). Die zorgen ervoor dat delen van de hersenen met elkaar kunnen ‘praten’. Ze geven signalen door van de ene zenuwcel naar de andere. Dat doen ze door te hechten aan eiwitten op de ontvangende zenuwcel. Deze eiwitten noemen we ‘receptoren’. Een belangrijke neurotransmitter is dopamine.

We weten dat een psychose te maken heeft met te veel dopamine in bepaalde gebieden in de hersenen.

Alle antipsychotica blokkeren in meer of mindere mate de receptor voor dopamine. Dat gaat de werking van dopamine gedeeltelijk tegen. Hierdoor worden psychotische symptomen (wanen, hallucinaties) onderdrukt.